Werkelijke inclusie.

Mogen zijn wie ik ben is wérkelijke inclusie. Inclusie gaat te snel over ‘het aantal mensen met hoofddoek’. Dat is hard en onaardig gezegd, daarom adresseer ik het ook.


Het is een devaluatie van het onderwerp. Het zou moeten gaan om het feit dat iedereen er he-le-maal mag zijn zoals hij of zij is. Dus ja, inclusief hoofddoek uiteraard, maar ook inclusief gektes, tattoos, onzekerheden en hormonen.


Voorzichtig zie je bij sommige organisaties dat vrouwen het thema ‘hormonen’ (bijv.) bespreekbaar durven te maken, zoals Alice Groen bij VGZ. Heel mooi, en tegelijk zou ik mannen ook willen oproepen om het thema ego vs onzekerheid te agenderen.


Ik ben een man, maar voel me vaak niet stoer of zeker. En het lijkt ook niet stoer om daarover te praten. Toch is dat juist belangrijk, omdat mannen anders poppenkast spelen en de schijn hooghouden: ‘Ik heb het allemaal onder controle’. Dat heeft een negatieve invloed op juist verwachtingsmanagement en het aantal burn-outs.


Liever praat iedereen vanuit zijn of haar werkelijke gevoel en bij voorkeur is die kwetsbaarheid binnen de organisatiecultuur gewenst. Alleen wanneer de psychologische veiligheid - waarin je durft te staan voor wie je bent en hoe je je voelt - expliciet op de agenda wordt gezet kun je spreken van werkelijke inclusie.