Anti-paternalisme.

Ik ben allergisch voor paternalisme. Wanneer je collega’s als kinderen behandelt dan moet je niet verwachten dat ze zich gaan gedragen als volwassenen. Dat werkt echter ook de andere kant op. Wanneer ik me kinderachtig opstel en denk te weten dat ik alles al weet, dan mag er streng gezegd worden dat ik me volwassener open moet stellen voor de kennis van een ander.


Misschien herkenbaar voor je: de gedachte dat collega’s zelf niet kunnen nadenken. Dat noem ik zakelijk paternalisme. Vreselijk vind ik dat. Er is ook iets moois aan: het geeft de spanning weer tussen vertrouwen en interne beheersing.


Ik wil vertrouwen zien en voelen. Dus geef ik anderen ook veel vertrouwen. Althans, dat dacht ik! Maar misschien geef ik niet de kans aan mensen van interne beheersing (compliance en security bijv.) om mij goed mee te nemen. Wanneer ik vertrouwen wil ontvangen op het gebied van mijn expertise, zal ik ook vertrouwen moeten geven aan mensen op hun kennisgebied.


Ik heb de voorbije weken tegen mensen bij VGZ gezegd dat ik de organisatie soms ‘overgeprofessionaliseerd’ vind. Maar wanneer je te maken hebt met data van meer dan 4 miljoen leden, dan moet ik misschien een toontje lager zingen. Note to self.


Balans dus. Moeilijk, totdat je elkaar écht probeert te begrijpen en te verstaan.