Ben jij schooltje aan het spelen?

Wat studenten leerden en onderwijsinstellingen kúnnen leren van een ondernemer die lesgaf. Waarschuwing: confronterend halverwege, tranentrekker aan het eind.


Daar sta je dan: voor een klas van 24 onderuitgezakte studenten die je aankijken met een laat-maar-zien-wat-jij-te-brengen-hebt-blik. Het moment dat je als ondernemer voor de klas komt te staan is doodeng. Echt voor de klas dan hè… Een gastles is nog wel prima te doen, want er is niets aan de hand als je geen verbinding maakt met de groep. Maar de start van een curriculum van 16 weken is echt wel iets anders. Ik deel de pijnlijke én mooie anekdotes van 14 lessen, met daaraan toegevoegd 10 tips voor het onderwijs die me echt van het hart moeten. Dit artikel is belangrijk (note to self)!


Dit is waar ik ja tegen zei (korte context):

Het ging om een keuzevak ‘ondernemerschap’ voor een groep van 24 MBO4-studenten die in hun laatste jaar van een studie ICT zaten. Zelf ben ik 37 jaar oud, ik onderneem sinds mijn 20e en ik heb deze klus aangenomen omdat een vriendin van mij een beroep op me deed. Op haar school was een docent op het laatste moment afgehaakt en er was geen oplossing gevonden… maar wel als ik ‘ja’ zou zeggen. No pressure verder. 

Ik geef altijd nogal hoog op over mijn passie voor het onderwijs en daarnaast heb ik altijd mijn mening klaar gehad over wat het onderwijs zou moeten doen om zichzelf, de jeugd en de toekomst te redden. Mijn persoonlijke Why (in het Engels bekt die lekkerder): ‘To help people grow beyond their own imagination, so that positive alternatives can grow and spread.’ Ik kon dus niet anders dan ingaan op haar verzoek: put your money where your mouth is…


Wat onderwijsinstellingen hiervan kunnen leren! (samenvatting vooraf)

Voordat ik opsom wat ik de studenten gaf, én wat ik terugkreeg van de studenten deel ik hier alvast mijn rijtje met 10 moverende tips voor het onderwijs. Waar die tips op gebaseerd zijn merk je later in dit artikel nog door het lezen van de verschillende anekdotes, maar voordat je afhaakt - hier alvast de 'conclusie' of zo je wilt, tips, recht uit mijn hart:

  1. Laat de docent zichzelf meenemen in de klas. Iedere docent is mens, niet ieder mens is een docent. Als je je gedraagt als een docent, dan krijg je daar studenten voor terug. Stel je kwetsbaar op en kijk hoe positief de studenten je kunnen verbazen. Bijkomend voordeel voor onderwijsinstellingen: je lerarentekort is opgelost als je geen leraren meer zoekt, maar mensen. 

  2. Niet iedereen is gelijk, maar iedereen is gelijkwaardig. Alle mensen plassen naar beneden, alleen de een kan of weet meer dan de ander. Niet de rol zou de dynamiek in de klas moeten bepalen, maar de kwaliteit en karakters van de mensen. Als je als docent jezelf boven de groep blijft plaatsen, kan geen enkel talent zichzelf overstijgen. 

  3. Haak niet af als het stroef gaat. Je kunt weleens iets proberen in de klas of binnen een opleiding, maar je weet vooraf al: dat kan een beetje pijn gaan doen. Het kan soms schuren binnen een docententeam of binnen een klas met studenten, maar dat is geen reden om direct je keutel in te trekken. Zonder wrijving geen glans.

  4. Start met dromen. Besef je als onderwijsinstelling waarvoor je echt bestaat en wees het goede voorbeeld. Alleen als jij laat zien als organisatie, opleidingsmanager, decaan of docent dat je durft te dromen, dan zullen je studenten je voorbeeld kunnen volgen. Stel jezelf weer eens de vraag waarvan je droomt en stel diezelfde vraag keer op keer aan je studenten.

  5. Stel in kleine stappen beleid en een opleidingsplan bij. Zelfs in de klas zou een curriculum moeten kunnen worden aangepast op basis van voortschrijdend inzicht. Als een klas flink voorloopt of achterloopt op de lesstof, waarom zou je die dan toch onveranderd laten? Als de buitenwereld met nieuwe systemen werkt, waarom zou je dan op blijven leiden voor het oude? Wees wendbaar.

  6. Maak iedere groep studenten (ongeacht de leeftijd of soort opleiding) medeverantwoordelijk voor het succes van de lesstof. Zij zijn zelf het meeste gebaat bij ontwikkeling. Maak ze vanaf les 1 deelgenoot van de inhoud van de lesstof en verantwoordelijk voor elkaars presteren. Waarom is er altijd alleen de docent die het individu beoordeelt, en waarom kan de klas de docent niet voorzien van feedback?

  7. Weg met ingewikkelde regels. Gedurende mijn gastdocentschap liep ik tegen allerlei verouderde regels en verplichtingen aan. Het zijn precies die zaken die ervoor zorgen dat ik mezelf nog weleens achter de oren zal krabben om mijn docentschap te herhalen. Zeker de helft van mijn tijd en energie rondom het lesgeven ging op aan onzin. Schrap de onzin en het lerarentekort is opgelost. Dat vermoeden had ik al, maar daar ben ik inmiddels zeker van.

  8. Als examenmateriaal niet nodig is, skip het dan. Er worden examens gegeven om examens te geven, terwijl er lessen zijn waar dat totaal achterhaald is. De examenvoorwaarden en de administratieve rompslomp daarvan worden soms zo rigide gehanteerd dat het examen en de lesstof totaal niet op elkaar aansluiten. Wat is belangrijker? De ontwikkelingen in de les, of de werkelijke toetsing ervan?

  9. Ga de dialoog aan met de leerling of student vanuit jou als mens en kijk wat diegene beweegt op individueel niveau. Heb je als organisatie of docent geen tijd om die gesprekken te voeren? Betrek de peers (de medestudenten) erbij, want die zijn perfect in staat om tot elkaar door te dringen. Maak van individuele prestaties en uitdagingen een breder gedragen groepsbelang. Laat een groep bijvoorbeeld regelmatig als groep slagen of zakken, en kijk wat er gebeurt met de dynamiek.

  10. Beoordeel vanuit relativiteit. De ontwikkeling en inzet van Klaasje is soms veel groter dan die van Kees, terwijl de uitslag wordt gemeten op tussentijds niveau. Kees kan zomaar beter scoren, maar is dat over een maand nog steeds zo? Kijk meer naar karakter dan naar tussentijdse metingen en creëer meer lerend vermogen dan goede cijfers. 


Stop met schooltje spelen, liever doe je lief.

Breng leven terug in de klas, door school meer op het leven te laten lijken. Er wordt een heel vreemd systeem gehanteerd op school dat geenszins lijkt op de beroepspraktijk. Nergens hoef je bij een werkgever een te-laat-briefje te halen en nooit wordt je moeder gebeld als je ‘ongeoorloofd afwezig’ bent. Als je dat wel doet bij 22-jarige studenten, dan leid je ze niet op voor de praktijk - maar voor de basisschool.

Stop met schooltje spelen. Dat is de samenvatting van alle bovenstaande punten. Iedere keer dat je het gevoel hebt dat je een systeem in stand houdt of leidend laat zijn in het ontwikkelen van je lesstof, dan is dat ook zo. En dan ben je af. Jij bent niet in het onderwijs gaan werken voor een systeem, maar voor de kinderen en studenten. Die wil je iets leren. Dat is het doel. Het ‘zijn’ van een school kan nooit, maar dan ook nooit, het doel zijn. Liever doe je lief.


Dit is wat ik deed met en voor de studenten

"Ik ben geen docent!" Dat was de start, omdat ik zo bloednerveus voor de klas stond ben ik direct het verwachtingspatroon gaan bijstellen. Ik heb verteld dat ik Cedric ben en waar ik vandaan kom (in de breedste zin van het woord). Hoe het zo kwam dat ik bij hun voor de klas stond, en waarom ik daar gemengde gevoelens bij had. Het was een vreemde start van de eerste les, maar wel eentje waardoor ik met een deel van de groep al een betere klik had dan een kwartier daarvoor. 


"Wat leuk dat jullie hier zijn!" Ik vond het waanzinnig dat er intrinsiek gemotiveerde studenten in het lokaal zaten voor het keuzevak ondernemerschap. Ik complimenteerde ze daarmee. Helaas bleek dat onterecht: “Nou meneer, er was niets anders meer te kiezen!” Oké, dat viel tegen. Even slikken en weer doorgaan. De wanhoop begon me overigens wel te bekruipen…


"Wat willen jullie leren?" Ik had geen idee wat er precies aan de studenten meegegeven moest worden, dat was in de haast richting les 1 nog niet duidelijk geworden voor me. Omdat ze helemaal niet zo gemotiveerd voor het vak bleken te zijn heb ik gevraagd wat ze dan wél zouden willen leren. Ik moest eerst 10 minuten een ongemakkelijke stilte zien door te komen, maar daar kwam het: een lijst van 12 topics die ik zelf niet beter had kunnen verzinnen. Van rechtsvormen tot het ontslaan van medewerkers, en van marketing tot filosofie. Ze bleken meer te willen leren dan ze zelf vooraf hadden ingeschat.


"Ik regel gastdocenten!" Omdat ik over niet alle onderwerpen evenveel wist te vertellen aan de studenten had ik direct al bedacht dat ik collega’s en zakenrelaties mee zou nemen naar sommige lessen. Ik ken genoeg ondernemers die ook weleens een duit in het zakje willen doen. Daar komt bij: ik hoef zelf minder mijn best te doen op de voorbereiding van de lessen. Een afspraak is zo gemaakt.


"Ik ga mijn afspraken nakomen!" De studenten bleken in de eerste les behoorlijk gedemotiveerd te zijn over de fouten die er binnen hun opleiding werden gemaakt. Er was ze veel onrecht aangedaan, vonden zij. Er werd ook letterlijk uitgesproken dat ze verwachtten dat ik “na een paar weken toch niet meer zou komen”. Ik heb op dat moment plechtig beloofd dat ik al mijn grote praatjes zou waarmaken. Dat was op de terugreis wel even slikken. 


"Waar dromen jullie van?" Ik heb die vraag gesteld aan de groep en ze een kwartier tijd gegeven om daar in stilte over na te denken. Daar kwam helemaal niets uit. Daar hadden ze nog nooit over nagedacht. Niemand had ze eerder in hun leven die vraag gesteld, zo bleek. En door.


"Waar zijn jullie dan trots op?" Een simpeler te beantwoorden vraag, dacht ik. Het bleef namelijk akelig stil bij de vorige vraag. Het begon stroef. Ook hier hadden ze nog nooit over nagedacht. Pas toen de groep studenten elkaar ging helpen met het geven van antwoorden ontstond er dynamiek. 


"Dan gaan we toch gewoon naar de KFC?" Een van de leerlingen had trek in een kipburger, maar de pauze zou te kort zijn om dat te halen. Omdat we precies die les het onderwerp ‘fuck it-mentaliteit’ aan het behandelen waren zeiden ik en de gastdocent Lennard: “Fuck it! Dan gaan we toch met z’n allen naar de KFC?” De docenten op de gang schrokken toen ze ons als groep naar de uitgang zagen bewegen, maar waar leer je nou meer van dan van het geleerde direct in de praktijk brengen? Fuck it.


"Wil er iemand weg uit de les en toch zijn aanwezigheid tekenen?" Diezelfde les vroeg een van de studenten: “Dus als ik nu de presentielijst teken, dan mag ik weg onder het motto Fuck-it?” Ja! Dat was mijn antwoord, en zo geschiedde. Hij vertrok uit de les en de rest van de groep mocht zijn voorbeeld volgen. Dat deed niemand verder. De student in kwestie vroeg mij na afloop van de les een samenvatting omdat hij toch geïnteresseerd was in het onderwerp. Die heeft hij niet gekregen.


"Vinden jullie het erg als ik er volgende week niet ben?" Omdat ik was geboekt voor een talk elders in het land kon ik een les niet geven. Zonde als de les niet door zou gaan en daarom heb ik ze voorgesteld om een bedrijfsbezoek bij Keytoe te doen. Collega’s hebben de groep opgevangen en een gastdocentrol vervuld. Was ik daarbij nodig? Absoluut niet. Niet altijd de docent hoeft les te geven.


"Zullen we dan nu de huisregels verscheuren?" Er werd door de studenten gemopperd over wat er allemaal niet mocht op school. Er waren regels die ze kinderachtig vonden. We zijn een gesprek aangegaan over de noodzaak (al dan niet) van huisregels. Zij gaven aan ook zonder die huisregels prima in ‘het gareel’ te lopen en dat het bestaan ervan ze stoorde. Door het verscheuren van de huisregels sloten ze ongemerkt een psychologisch contract met zichzelf. Dat werkt beter dan een plaatje aan de muur.


"Wat is dan wel jullie droomschool?" De lessen gingen al een aantal weken over ondernemerschap. Tijdens die lessen hoorde ik vaak gemor over het beleid van de school. Wat is er nu leuker dan ondernemerschap in te zetten om uit te beelden hoe het dan leuker zou kunnen op school. Negativiteit werd omgezet in positiviteit, maar werd er daarna ook iets mee gedaan?


"Willen jullie dat aan de directie presenteren?" Ja, dat wilden ze wel. En de directie wilde luisteren. Een van de studenten had al drie keer een klacht ingediend. Inmiddels is die student bijna afgestudeerd en heeft diegene inmiddels gesolliciteerd bij de instelling omdat er naar hem geluisterd werd. Het lijkt wel een sprookje toch? Nee hoor, het waren maar twee handelingen: de vraag aan de studenten en het belletje naar de directie. 


"Wat willen jullie drinken?" Ik had een gastspreker uitgenodigd als docent voor een dag. Hij stond hartstikke zijn best te doen en ik wilde thee voor hem halen. Ik bedacht me dat de huisregels drinken in de klas verbieden. Ik vroeg aan de studenten of zij er bezwaar tegen zouden hebben. Dat hadden ze niet. Ik heb een bestelling opgenomen bij ze en ze allemaal getrakteerd op thee, koffie en chocomel. “Echt fijn dit meneer, normaal drinkt de docent wel in de klas, maar wij mogen het niet.”


"Welk bedrijf zouden jullie willen hebben?" Ik schetste drie financiële scenario’s van drie verschillende ondernemingen, dachten ze. Iedereen mocht bij een van de drie daarvoor bestemde hoeken gaan staan. Welke onderneming zou het meest succesvol worden? Welke ging het snelst failliet? Allemaal discussieerden ze met elkaar. Aan het einde van de les vertelde ik dat het om drie bedrijven gaat waar ik grootaandeelhouder van ben. Ineens is het echt. De les daarop: nog meer motivatie.


"Wie van jullie wil ondernemer worden?" Niet iedereen gaf antwoord op die vraag. Slechts een enkeling zei ja. Toen ik vroeg wie er van hun hobby zijn werk zou willen maken gingen er meer handen in de lucht. Die les hebben we gewerkt aan het ondernemersplan rondom hun eigen hobby. Aan het einde van de les wilden meer studenten ondernemer worden dan aan het begin. Het is niet moeilijk.


“Waar is de WC?” Ik moest plassen tijdens de les. Omdat ik het schoolgebouw niet (goed) ken, vroeg ik aan de studenten welke kant ik op moest, links of rechts. Ze gaven aan dat rechts het toilet voor de studenten is, maar dat die stinkt en slecht onderhouden was. Ik kreeg het advies om de docententoilet te nemen. Je mag zelf raden welk toilet ik heb gekozen. Ik ben gelijkwaardig aan de studenten. Ik roep iedere onderwijsinstelling op om te stoppen met dit vreemde onderscheid.


Dit is wat ik terugkreeg van de studenten: 30x liefde.

De laatste les mocht iedere student een presentatie geven met de drie lessen die voor hun het meest van toepassing waren. Belangrijker nog was de vraag: hoe hebben ze dat in hun dagelijkse leven toegepast of gemerkt. De een na laatste les hebben de studenten elkaar beoordeeld en feedback gegeven net zoals dat bij mijn tweede thuis Keytoe gebeurt. Bij die sessie mochten ze ook mij beoordelen, we zijn tenslotte gelijkwaardig. In deze beide lessen kreeg ik eindeloos veel terug van de studenten. Zaken waar ik zelf niet bij stilstond en die mij uiteindelijk motiveerden om dit artikel te schrijven.

Het is vreselijk (ijdel/arrogant wellicht) om te zeggen, maar het moet gezegd worden: ik heb meer verschil gemaakt voor die studenten dan ik zelf vooraf had verwacht of achteraf doorhad. Dit kreeg ik (o.a) terug. Let op, je hebt het hier over ICT-studenten die doorgaans (niet stereotyperend - gewoon de waarheid) minder mondig zijn dan de gemiddelde, tja, gemiddelde wat? I don’t know. Minder mondig dan ik in ieder geval. Maar na alle onderstaande (live) terugkoppelingen stond ik toch met een aardige bek vol tanden. Gelukkig heb ik meegeschreven. 

  1. “U was wat chaotisch, maar dat was oké”

  2. “U was het minste docent, maar we hebben het meeste van u geleerd”

  3. “Weet u wel wat u met de moraal van de groep heeft gedaan?”

  4. “Kijk niet naar een ander, maar naar jezelf - dat zal ik het meest onthouden”

  5. “Ik blijf sinds de eerste les al continu nadenken over mijn droom”

  6. “Misschien hebben wij met de droomschool wel het verschil gemaakt voor anderen”

  7. “Ik ben gaan geloven dat ik misschien toch wel iets kan”

  8. “Ik was eigenlijk al ondernemend maar wist niet dat ik dat deed”

  9. “Ik weet vanaf nu bij wat voor bedrijf ik zou willen werken”

  10. “Ik begin nu te geloven: werk kan ook leuk zijn”

  11. “Ik durf binnen mijn familie nu ook nee te zeggen, fuck it!”

  12. “Ik ben veranderd van baan door de gastles van Lennard”

  13. “Ik pik niet alles meer van mijn baas”

  14. “Ik ben gaan boksen anders zit ik thuis alleen maar achter mijn computer”

  15. “Voortaan heb ik meer maling aan onnodige regels”

  16. “Sinds de gastles van Feike maak ik praatjes met klanten bij de broodafdeling van de AH”

  17. “Ik hoef niet altijd maar tevreden te zijn met mijn situatie, er kan meer inzitten”

  18. “Ik hoef niet altijd alles maar te volgen, ik kan zelf ook initiatief nemen”

  19. “Ik heb gemerkt dat ik niet overal aan vast hoef te zitten en dat ik ook meer kan kiezen”

  20. “Ik hou vaak m’n mond maar ben nu toch wat meer op gaan staan”

  21. “Ik miste door werk steeds m’n zomervakantie. Ik ga het dit jaar gewoon wel doen”

  22. “De herkenning dat alles altijd anders gaat lopen stelt me gerust”

  23. “Succes is niet competentie maar kansen meer herkennen en pakken. Ga ik meer doen”

  24. “Ik ben tijd meer gaan waarderen: ik ging alleen maar naar school om naar school te gaan”

  25. “Fijn om te weten hoe makkelijk het is om een bedrijf te beginnen”

  26. “Durven dromen heeft me doen inzien wat voor doelen ik heb en met wie ik die wil halen”

  27. “Ben mijn omgeving om me heen meer gaan waarderen”

  28. “Mijn mentale gestel is ook belangrijk”

  29. “Het meeste is me bijgebleven dat je ook een goede zelfreflectie nodig hebt en daarom geef ik mezelf een dikke 10”


30. De klapper(s)... Zelfwaardering in gezamenlijkheid

Eén keer raden welk cijfer de jongeman van nr. 29 heeft gekregen. Je merkt dat het veelal draait om zelfwaardering. En hoe kan het nu dat dat uit een keuzedeel ondernemerschap voortkomt? Niet door het onderwerp perse, maar door de menselijke manier van samen lessen creëren en beleven. door tijdens die lessen stil te staan bij wat we allemaal geleerd hebben. Als je docent bent van een vak, ben je snel geneigd om op dat vak te sturen - en op dat vak alleen. Als iedere docent dat doet, dan vraagt niemand tijdens een schoolcarrière naar de dromen, ambities óf pijnpunten van een student. Als je als ‘docent’ aangeeft dat je geen docent maar mens bent (met alle onzekerheden vandien), dan is het ijs al gebroken voor goede gesprekken.


Werk je in het onderwijs en herken je dit? Denk dán aan deze twee jongens (de namen houd ik voor me - dat heb ik zo afgesproken met de studenten): 

De ene student zag ik slechts in de eerste en de laatste (examen-)les. Hij gaf me terug dat de eerste les dermate confronterend voor hem was, dat hij besloten heeft om niet in de groep deel te blijven nemen maar hulpverlening daarbuiten heeft gezocht. “Mooi verhaal over dromen, maar ik ben depressief en ik trok zo’n vrolijke vent als u gewoon moeilijk. Ik baal wel dat ik veel gemist heb, maar ik heb het langs de zijlijn alsnog meegekregen.” Je kunt niet iedereen helpen, ik heb hem alleen wel verteld dat het van karakter getuigt dat hij hier zo open over was. Zelfs door het niet bijwonen van de lessen kan hij positief beïnvloed zijn. Er zijn scholen die hem nu zouden straffen voor afwezigheid. Ik heb hem gewoon een goed cijfer gegeven voor zijn kwetsbare eindpresentatie.

De tweede student die u moet onthouden (u moet veel van me, sorry voor mijn bezetenheid) is een jongen die gedurende alle lessen het minste zei. Iedere interactieve werkvorm kostte hem moeite. Toch was hij er altijd. Het zweet brak hem vaak uit, toch probeerde hij altijd mee te doen. En toen kwam het examen van de lessen: een presentatie. Zijn presentatie ging over het feit dat hij bijna niet was gegaan omdat hij geen presentatie durfde te geven. Maar hij dacht: “Fuck it!” De belangrijkste les van alle lessen die hij had gevolgd. Van zijn mede-studenten kreeg hij aan het begin, halverwege én aan het einde een dik applaus. Als zij het cijfer hadden mogen geven, dan was het cijfer net zo hoog geweest als dat ik ‘m heb gegeven. Maar ja, dat mocht niet van school.


Ben jij schooltje aan het spelen? Fuck it.